hét administratiekantoor in de regio Venlo
Bel ons op: 077-3211244

Proefprocedures btw privégebruik auto nagenoeg gelopen race

Bron: deze website

Na de recente conclusies in de vier proefprocedures over de btw op het privégebruik van de auto, zit de Belastingdienst stevig in het zadel. Nu veel is te scharen onder de noemer keuzevrijheid lijkt de kans op succes nagenoeg nihil. “Wat resteert is de bereidwilligheid van de wetgever tot aanpassing van de forfaitaire berekeningsmethode.” Dat zegt Rob van Praat, btw specialist bij Baker Tilly Berk.

De vier proefprocedures over de btw-heffing op het privégebruik van de auto zijn het resultaat van het massale bezwaar tegen de aangegeven ‘correctie’ in de btw-aangifte na de systeemswitch in 2011. Tot 1 juli 2011 was de btw-heffing over het privégebruik auto gekoppeld aan de bijtelling. Vanwege de kwetsbaarheid van deze koppeling – het bijtellingspercentage is gekoppeld aan de CO2-uitstoot van een auto met als resultaat een bevoordeling van milieuvriendelijke auto’s – wordt vanaf 1 juli 2011 het werkelijke privégebruik belast als fictieve dienst. Wie niet beschikt over een kilometeradministratie kan aansluiten bij een forfaitaire regeling. De btw voor het privégebruik wordt dan vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm), dan wel 1,5% wanneer de auto langer dan vijf jaar in gebruik is of wanneer bij aankoop van de auto geen btw in rekening is gebracht (margeauto).

Onlangs heeft Advocaat-Generaal IJzerman (A-G) conclusies genomen in de vier proefprocedures. De A-G heeft zich gebogen over maar liefst 12 cassatieklachten verdeeld over deze procedures. Veel van de klachten zijn volgens Van Praat door de A-G van tafel geveegd onder de noemer keuzevrijheid. “Voor de hoogte van de verschuldigde btw over het privégebruik heeft een belastingplichtige altijd de keuze tussen het werkelijk privégebruik (conform de wet) of de forfaitaire berekeningsmethode (neergelegd in een besluit). Men kan naar eigen goeddunken kiezen tussen beiden. De wettelijke regeling (privégebruik belast als fictieve dienst) is verenigbaar met het Unierecht. Nu de forfaitaire regeling ook nog eens is opgenomen in een besluit en niet in de wet is er geen strijdigheid met de btw-richtlijn.”

Van Praat vervolgt: “Onder de noemer keuzevrijheid falen volgens de A-G bijvoorbeeld klachten met een beroep op het Van Laarhoven arrest (de forfaitaire berekeningswijze was toen nog verankerd in de wet) of schending van het neutraliteitsbeginsel vanwege het gemaakte onderscheid tussen eigendom en operational lease, maar ook klachten over de BPM-component bij toepassing van de forfaitaire regeling of de hierin besloten herzieningsperiode.”

Ondanks dat de conclusies van de A-G voor het merendeel redelijk en goed onderbouwd zijn, pleit Van Praat wel voor aanpassing van de forfaitaire regeling die op punten nog wel wat te wensen overlaat. “Het zou fair zijn als de regeling aansluit bij de leeftijd van de auto en niet bij het bezit (gebruik). Het forfaitair percentage gaat nu omlaag van 2,7 naar 1,5 wanneer de auto langer dan vijf jaar in gebruik is. Die verlaging na vijf jaar heeft onder andere te maken met de afschrijvingscomponent van een nieuwe auto waarvoor een vijfjarige btw-herzieningsperiode staat. Koopt een ondernemer een tweedehands btw-auto dan zit hij – ondanks lagere of geen afschrijvingscomponent –  nog steeds vast aan de herzieningsperiode, voordat hij het privégebruik mag vaststellen op 1,5%. Aanknopen bij de leeftijd van de auto in plaats van het bezit, lijkt veel rechtvaardiger. ”

Ook voor het schrappen van de BPM-component uit de cataloguswaarde van de auto, is iets te zeggen. Van Praat: “De BPM is gedeeltelijk gebaseerd op de uitstoot van de auto. In 2013 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er voor de btw geen rekening mag worden gehouden met milieuaspecten (CO2-uitstoot). Dan is het opmerkelijk dat in de forfaitaire berekeningsmethode de BPM-component wel meetelt, waardoor er dus alsnog btw-heffing plaatsvindt op een milieuaspect. Het is dan ook rechtvaardiger om uit te gaan van de cataloguswaarde van de auto inclusief btw en exclusief BPM. Het risico is wel dat in dat geval het forfait vanwege budgetneutrale belangen weleens omhoog zou kunnen gaan.”

Een punt van kritiek heeft Van Praat op de argumentatie van de A-G op de klacht dat een btw-correctie over het eerste halfjaar van 2011 moet worden aangegeven, terwijl aan het einde van het jaar de wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Er wordt gedoeld op het ultimo 2011 niet langer geldende besluit uit 2009 voor de forfaitaire aftrekcorrectie voor het privégebruik auto.

Volgens de A-G faalt de klacht omdat een belastingplichtige niet alleen de lusten (btw-aftrek) maar ook de lasten (aftrekcorrectie) draagt. Tevens geeft de A-G aan dat de met de aftrekcorrectie voor het privégebruik samenhangende btw  gedurende de periode (eerste halfjaar van 2011) geleidelijk is aangegroeid en materieel verschuldigd is geworden. De correctie bij voldoening van de laatste btw-aangifte van het jaar is puur een formalisering. Van Praat vindt dit een merkwaardig standpunt en een zwakke argumentatie. “Hoe men het ook wendt of keert, de formele grond voor het aangeven van de btw-aftrekcorrectie over het eerste halfjaar 2011 ontbreekt. Ik ben benieuwd of de Hoge Raad de A-G op dit punt volgt.”

Uiteindelijk laat de A-G van de 12 klachten slechts één klacht (bestelauto-proefprocedure) overeind en die hangt samen met de vraag of de btw-correctie privégebruik auto achterwege kan blijven wanneer sprake is van een bedrijfsmatige noodzakelijke terbeschikkingstelling. Een feitenrechter zal dit moeten onderzoeken. “Deze verwijzing voor een feitelijke toets is logisch”, aldus Van Praat. “Een en ander volgt uit het Fillibeck-arrest uit 1997 waarin het Europese Hof van Justitie kort gezegd oordeelde dat wanneer een eventueel persoonlijk voordeel voor werknemers slechts ondergeschikt is aan de bedrijfsdoeleinden, er geen privégebruik is en dus ook geen btw-aftrekcorrectie. Hopelijk geeft het verwijzingshof nog wat extra handvatten aan het noodzakelijkheidsaspect (geen privégebruik indien noodzakelijke terbeschikkingstelling) dat tot nu toe alleen gehonoreerd wordt ingeval van reizen voor het werk naar een andere plaats dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres. Alleen dan geldt het woon-werkverkeer niet als privégebruik. Een verdere duiding van het gebruik is dan ook gewenst.”

De vier proefprocedures:

ECLI:NL:PHR:2016:83
ECLI:NL:PHR:2016:88
ECLI:NL:PHR:2016:89
ECLI:NL:PHR:2016:90

[ Bron: Redacteur Marit Muller ]

NOAB

Gifity is al sinds 2009 een gecertificeerd NOAB-lid.
Lees hier waarom u een NOAB-kantoor moet inschakelen.

Onze contactgegevens

Administratiekantoor Gifity

Bezoekadres
Karel van Egmondstraat 61
5913 CL Venlo

Postadres
Postbus 3067
5902 RB Venlo

Telefoon: 077-3211244

Email: info@gifity.nl